Gedicht

Als een man een rivier oversteekt en er een lege boot tegen de zijne botst, zal hij niet kwaad worden, ook al is hij een humeurig wezen.
Maar ziet hij een mens in die boot, dan begint hij te vloeken.
Als je de rivier van de wereld oversteekt, zorg dan dat je een lege boot bent. Dan valt er niemand te beschuldigen.

Chuang Tse, ca. 369-286 v.Chr.