Annemiek Schrijver

Zegen in vermomming

Verrassing, vertrouwen, schaamte, dankbaarheid. Dat zijn de
vier thema’s die we dit jaar eens beter willen leren kennen.
Deze keer is het verrassing wat het lenteklokje slaat. Het
woord is familie van verwondering. Toen cabaretier Raoul Heertje
mijn gast was in de boshut van De Verwondering noemde hij het
programma De Verbijstering. Ook zo’n heerlijke ervaring. Dat je
mond open blijft hangen vanwege de opgelopen levensverandering.
Mijn moeder beweert dat toen mijn vader haar vroeg, een holle
met haar verrassend levendige fantasie. Mijn vader teert overigens
al zestig jaar op haar duurzame verbijstering en lacht vergenoegd i
n zijn vuistje. Trouwens, stiekem vind ik een ongemakkelijke
verrassing minstens zo boeiend als een aangename. Het kan zo heilzaam
zijn als je uit je comfortzone of uit je overtuiging wordt gekatapulteerd.
Iedereen heeft zoiets hoop ik weleens meegemaakt.
Zo had ik op het conservatorium een leraar die voor een
volle klas tegen mij zei: ‘Jij bent overal tegen, maar waar ben je nou
voor?’ Het was een zegen in vermomming. Die zin heeft mijn
levensinstelling voorgoed veranderd. Alsof ik een vuistslag ontving.
Toch is er een variant van verrassing die me nog veel meer raakt,
zelfs ontroert. Misschien neigt die meer naar verstomming. Het is
Zegen in vermomming boom verbijsterd toekeek. Nog steeds staat die boom daar
sprakeloos, alsof hij de doortastendheid van mijn vader maar niet
kan begrijpen. Zo interpreteert zij dat uit het paasverhaal.
Maria van Magdala zoekt haar geliefde, gestorven leraar in zijn graf
maar hij is er niet meer. Wanhopigvraagt ze aan de tuinman of hij raad weet.
Het blijkt Jezus te zijn en hij antwoordt: ‘Maria!’ Haar overgave aan dit
wonder blijkt uit dat ene weerwoord: ‘Raboenni!’ Meester. Maria laat zich
overrompelen. Is dat niet de overtreffende trap van je laten verrassen?
Hoe verleidelijk. Ik wens ons een overrompelende lente.

Annemiek Schrijver,
Hoofdredacteur