10x geweldloos communiceren

Oog om oog
Verbale bombarie kan agressie niet stoppen.
Dat bewijst de geschiedenis; mensen raken
keer op keer verstrikt in spiralen van
miscommunicatie en geweld. Gandhi bracht
het gevolg daarvan treffend onder woorden toen
hij zei: “Oog om oog, dat maakt de hele mensheid
blind.” Bij een meningsverschil hóef je de ander
niet tot tegenstander te bombarderen en de
strijd aan te gaan. Je kunt ook proberen elkaars
gevoelens te respecteren. Onder de noemer ‘non
violent communication’ bedacht de Amerikaanse
psycholoog Marshall Rosenberg (overleden in 2015)
creatieve oplossingen voor conflicten. Die beginnen
met ontdekken wat in jezelf leeft.

Lucifer in plas benzine
Wat ben ik: een plas benzine of een
stille vijver? Het is een toepasselijk
beeld om te ontdekken wat in je leeft.
Ben je een plas benzine, dan reageer je
met een explosie van woede als er een
brandende lucifer in belandt. Ben je
een stille vijver, dan volgt hooguit wat
gesis. Je innerlijke rust wordt niet of
nauwelijks verstoord. In de meesten
van ons ligt veel explosief materiaal
opgeslagen. Het varieert van verdrongen
ervaringen en behoeften waaraan
niet is voldaan, tot overgeërfde
instinctieve patronen en vooroordelen.

Bereiken wat je wilt…
Het is tien uur ’s avonds. Voordat je gaat slapen,
wil je even ontspannen naar muziek luisteren.
De buurman begint in de betonmuur te boren.
Je wilt dat hij onmiddellijk stopt met dat lawaai.
Hoe ga je hem dat vertellen? Je kunt woedend
aanbellen en zeggen dat dit niet kan en dat je
de politie erbij haalt als hij doorgaat. Grote kans
dat de buurman zijn hakken in het zand zet en je
vertelt dat je de pot op kunt. Hij moet dit klusje
even afmaken. Je kunt ook aangeven dat je begrip
hebt voor zijn situatie. Hij zal immers niet voor niets
op dit tijdstip beginnen. Tegelijkertijd maak je duidelijk
dat je graag zou willen dat hij het anders oplost,
omdat dit voor jou een vervelende situatie oplevert.
Het is niet zeker dat je met de tweede methode
bereikt wat je wilt, maar de kans is aanmerkelijk
groter én de relatie tussen jou en je buurman
is niet verziekt.
(Bron: www.geweldloossamenleven.nl)

Geen vaagtaal
Het valt niet mee om verzoeken duidelijk te
formuleren. Zo bemiddelde Rosenberg eens
tussen een vader en zijn vijftienjarige zoon.
“Het enige wat ik van je wil, is dat je een klein
beetje verantwoordelijkheid gaat tonen”, zegt
de vader. Op verzoek legt hij aan zijn zoon uit hoe
die dat moet tonen. Nadat de therapeut heeft
uitgelegd hoe de vader zijn verzoek kan verduidelijken,
reageert deze schaapachtig: “Het is misschien niet
erg mooi van me, maar ik bedoel eigenlijk dat ik wil
dat hij doet wat ik vraag. Dat hij meteen opspringt
als ik ‘spring’ zeg en er nog bij lacht ook.” De vader
is het met de therapeut eens dat dit eerder getuigt
van gehoorzaamheid dan van verantwoordelijkheid.
(Bron: Geweldloze Communicatie, ontwapenend en
doeltreffend, Marshall B. Rosenberg)

Wensen in plaats van eisen
Hoe vaker we een niet-ingewilligd
verzoek interpreteren als
een afwijzing, des te waarschijnlijker
is het dat onze verzoeken
zullen worden gezien als
eisen. Als mensen voortdurend
eisen horen, zullen ze zich
steeds minder prettig voelen in
ons gezelschap. Dat leidt tot een
‘selffulfilling prophecy’.

Oefenen en nog eens oefenen
Met deze zinnen leer je de vier
stappen toepassen:
Waarneming: “Als ik zie/hoor/voel dat…”
Gevoel: “Voel ik mij…”
Behoefte: “Omdat ik behoefte heb aan…”
Verzoek: “Ben je bereid om…?”

…in 4 stappen
1 Waarneming: Richt je aandacht op
wat feitelijk gebeurt. Wat doet en
zegt de ander? Maak onderscheid tussen je
waarneming en je interpretatie. Een waarneming
verandert in een oordeel zodra je gaat
interpreteren. Oordelen zoals ‘je moet meer aandacht
voor me hebben’ roepen weerstand op.

2 Gevoel: Zeg wat je voelt. Besef dat we sommige
gevoelens onvoldoende herkennen. Daardoor
drukken we ons vaak uit in weinig zeggende
termen of leggen we de
verantwoordelijkheid voor ons gevoel bij de
ander. Erkennen dat je pijn of verdriet hebt,
maakt immers kwetsbaar. Beweren dat het aan
de ander ligt, is gemakkelijker. Zeg dus “ik voel
me teleurgesteld omdat ik ervan uitging dat we
samen zouden eten” in plaats van “jij houdt je
niet aan afspraken.”

3 Behoefte: Leg uit welke behoefte samenhangt
met dit gevoel, zónder er een beschuldiging aan
te koppelen. De behoefte die achter een gevoel
schuilgaat, kan van moment tot moment verschillen.
Zeg bijvoorbeeld: “Ik wil graag gezellig
samen zijn.”

4 Wens: Vertel wat je wilt bereiken. Pas als je dat
hebt uitgesproken, kan de ander al dan niet aan
je behoefte tegemoetkomen. De ander vertellen
wat er fout is aan hem of haar is niet de manier
om dat voor elkaar te krijgen. Vraag bijvoorbeeld:
“Zou je mij willen sms’en zodra je weet dat je
afspraak uitloopt?” Let wel: een verzoek is geen eis.

Begripvol hummen
Marshall Rosenberg studeerde en werkte
bij Carl Rogers, die samen met Abraham
Maslow de grondlegger was van de humanistische
psychologie. Rogers is befaamd
om zijn inleven in de hulpvrager. Filmbeelden
laten zien hoe hij voortdurend bevestigend
zit te hummen om de cliënt te stimuleren verder
te vertellen en dieper te spitten in zijn gevoelswereld.
De aspecten van een helpende relatie, zoals beschreven
in een onderzoek van Carl Rogers waaraan Marshall
meewerkte, hebben een sleutelrol gespeeld bij de
ontwikkeling van Marshalls methode.

Inleven en parafraseren
Men heeft vaak de neiging anderen met welgemeende
adviezen of standpunten te bestoken.
De kunst is om simpelweg te luisteren naar de
waarnemingen, gevoelens, behoeften en verzoeken
van de ander, ongeacht hoe deze zich uitdrukt.
Vervolgens kun je diens verhaal parafraseren;
in eigen woorden weergeven wat je hebt begrepen.
Door je in te leven, geef je de ander de mogelijkheid
om zich volledig te uiten voordat er oplossingen
worden gezocht. Het helpt bovendien om ‘nee’ niet
te interpreteren als een afwijzing.

Niet afwentelen
Relatietherapeuten maken dankbaar
gebruik van Rosenbergs methodiek.
Psycholoog Jean-Pierre van de Ven
citeert eruit in Waarom luister je niet?
Helder communiceren met je partner. Aanleiding
voor zijn boek is de miscommunicatie (de ruzies)
met zijn partner en vervolgens met de therapeut
die het echtpaar bezoekt om hun relatiecrisis te
bedwingen. In zijn nawoord komt Van de Ven
terug op de ‘boze man’ die hij volgens zijn vrouw
was – ‘of misschien nog steeds is’. Maar hij heeft
wat geleerd: “Tegenwoordig probeer ik mijn
krenking voor me te houden, dat wil zeggen dat
ik de gevolgen niet op mijn vrouw probeer af te
wentelen. Sinds ik dat doe, hebben we het een
stuk rustiger samen. Ook al zeggen we elkaar
precies wat we denken."